Gedaan! Vandaag om 12.25 uur electronisch verzonden!
Ik kijk er altijd tegenop, het is ook altijd een gepuzzel, maar tis gedaan!
Kak er alleen van dat ik altijd moet betalen.. Ik moet toch eens met iemand praten over hoe dat beter kan.
vrijdag, maart 31, 2006
Ziekjes
Poeh, paar dagen goed ziek geweest (keelpijn, oorpijn, misselijk, duizelig, meer details zal ik je besparen) en nu begint het er op te lijken dat ik weer aan de betere hand ben.
Fijn, die vrienden die dan voor je koken en je bellen en je oppeppen en met je meeleven! Thank U!
Fijn, die vrienden die dan voor je koken en je bellen en je oppeppen en met je meeleven! Thank U!
maandag, maart 27, 2006
AANDACHT!
18.30 uur, Station Arnhem: De stoptrein naar Zutphen is net binnen komen rijden en de ongeduldige forensen stappen en masse in. Op het moment dat de deuren zich willen sluiten, denkt een Turkse man: "Hee, laat ik eens instappen." De deuren sluiten voor zijn neus en met een vreemd soort glimlach kijkt de man me aan, gaat geleund tegen een pilaar staan en werpt steelse blikken op me. "Mafkees", denk ik en richt me op het wissen van sms-jes uit mijn mobiele telefoon.
18.40 uur, Station Arnhem: Mijn trein is binnen komen rijden. Ik sta op van het bankje en loop richting een van de deuren. Ik voel de nabijheid van de man en besluit hem te negeren. Ik loop de coupé in, merk dat hij me niet volgt, zoek een plekje en nét als ik mijn jas heb opgehangen, glipt de man de coupé in, kijkt me aan en gaat schuin achter me zitten. "Creep", denk ik en richt me op mijn inmiddels gedateerde krantje.
19.00 uur, Station Zutphen: De man krijgt telefoon. Luid pratend in het Turks houdt hij zijn telefoongesprek tot vlak voor Deventer vol. Een aantal van mijn medepassagiers zucht geirriteerd. Aan de hoeveelheid woorden te horen is het een monoloog. Pas als er een stilte valt én aanhoudt, wordt duidelijk dat het gesprek is beeindigd. De coupé haalt opgelucht adem, ik begin vooraan in het artikel dat ik aan het lezen was; ergens onderweg ben ik de weg kwijtgeraakt.
19.20 uur, Station Deventer: De trein rolt het station binnen en de man vraagt me: "Zwolle?" "Nee", zeg ik. "Dit is Deventer." Ik zwijg, heb geen zin in een mogelijk gesprek met de man, die zo is gaan zitten dat hij me in de gaten kan houden. Vanuit mijn ooghoeken merk ik het op en besluit hem geergerd te negeren.
19.30 uur, Station Olst: De man zit overdreven hardop te zuchten, steunen, tokkelt met zijn vingers op het hardplastic interieur en doet een poging tot neurien. "Aansteller", denk ik en acteer dat ik slaap.
19.40, Station Wijhe: De man heeft al weer twee keer zijn aanwezigheid benadrukt door te tokkelen, te zuchten en te steunen. Hij is al weer drie keer voorover gaan leunen en weer net iets te hard terugploffend tegen de rugleuning gekwakt. Wanhopig contact zoekend. "Aandachtstrekker", denk ik en hou mijn acteerdebuut nog even vol.
19.45 uur, Station Zwolle: "Hé, Hé", denk ik, sta op, doe mijn jas aan en loop vast in de richting die de trein rijdt richting de uitgang. In een flits hoor ik de man 'Zwolle' vragen en ik negeer hem. Prima als je de weg niet weet en dat wilt vragen, maar dit was echt een desperate vorm van aandachtstrekkerij.
19.47 uur, Zwolle: Ik loop het station in een bizar tempo uit en zet koers naar huis. Onderweg kijk ik zeker vijf keer om. Gadverdegadver.
18.40 uur, Station Arnhem: Mijn trein is binnen komen rijden. Ik sta op van het bankje en loop richting een van de deuren. Ik voel de nabijheid van de man en besluit hem te negeren. Ik loop de coupé in, merk dat hij me niet volgt, zoek een plekje en nét als ik mijn jas heb opgehangen, glipt de man de coupé in, kijkt me aan en gaat schuin achter me zitten. "Creep", denk ik en richt me op mijn inmiddels gedateerde krantje.
19.00 uur, Station Zutphen: De man krijgt telefoon. Luid pratend in het Turks houdt hij zijn telefoongesprek tot vlak voor Deventer vol. Een aantal van mijn medepassagiers zucht geirriteerd. Aan de hoeveelheid woorden te horen is het een monoloog. Pas als er een stilte valt én aanhoudt, wordt duidelijk dat het gesprek is beeindigd. De coupé haalt opgelucht adem, ik begin vooraan in het artikel dat ik aan het lezen was; ergens onderweg ben ik de weg kwijtgeraakt.
19.20 uur, Station Deventer: De trein rolt het station binnen en de man vraagt me: "Zwolle?" "Nee", zeg ik. "Dit is Deventer." Ik zwijg, heb geen zin in een mogelijk gesprek met de man, die zo is gaan zitten dat hij me in de gaten kan houden. Vanuit mijn ooghoeken merk ik het op en besluit hem geergerd te negeren.
19.30 uur, Station Olst: De man zit overdreven hardop te zuchten, steunen, tokkelt met zijn vingers op het hardplastic interieur en doet een poging tot neurien. "Aansteller", denk ik en acteer dat ik slaap.
19.40, Station Wijhe: De man heeft al weer twee keer zijn aanwezigheid benadrukt door te tokkelen, te zuchten en te steunen. Hij is al weer drie keer voorover gaan leunen en weer net iets te hard terugploffend tegen de rugleuning gekwakt. Wanhopig contact zoekend. "Aandachtstrekker", denk ik en hou mijn acteerdebuut nog even vol.
19.45 uur, Station Zwolle: "Hé, Hé", denk ik, sta op, doe mijn jas aan en loop vast in de richting die de trein rijdt richting de uitgang. In een flits hoor ik de man 'Zwolle' vragen en ik negeer hem. Prima als je de weg niet weet en dat wilt vragen, maar dit was echt een desperate vorm van aandachtstrekkerij.
19.47 uur, Zwolle: Ik loop het station in een bizar tempo uit en zet koers naar huis. Onderweg kijk ik zeker vijf keer om. Gadverdegadver.
zondag, maart 26, 2006
Holbewoners
Zwolle is best wel mijn stadje. Zeker in de zomer als de terrassen tjokvol zitten, iedereen genietend in het park hangt en mannen er eindelijk uitzien zoals ze bedoeld zijn.
Eén week in de zomer ontwijk ik de binnenstad. Kermis in Zwolle is niet alleen zonde van je geld, maar ook zonde van je ogen. De mensen die er dan rondlopen, lijken rechtstreeks vanonder wat stenen of uit een grot gekropen te zijn. Dom, lomp, asociaal, agressief en sneu volk. Zo kan geen enkele hogere macht de mens bedoeld hebben.
Op zich is het dan ook prettig dat die mensen één week van het jaar de binnenstad krijgen. Dan weet je dat, kun je je er op voorbereiden en ontwijken.
Maar wat deden ze dan afgelopen weekend tijdens mijn stapavondje in mijn stamkroeg?
Eén week in de zomer ontwijk ik de binnenstad. Kermis in Zwolle is niet alleen zonde van je geld, maar ook zonde van je ogen. De mensen die er dan rondlopen, lijken rechtstreeks vanonder wat stenen of uit een grot gekropen te zijn. Dom, lomp, asociaal, agressief en sneu volk. Zo kan geen enkele hogere macht de mens bedoeld hebben.
Op zich is het dan ook prettig dat die mensen één week van het jaar de binnenstad krijgen. Dan weet je dat, kun je je er op voorbereiden en ontwijken.
Maar wat deden ze dan afgelopen weekend tijdens mijn stapavondje in mijn stamkroeg?
Teveel water
Zo. Drie wasmachines klets- en kletsnatte handdoeken verder. Allemaal te danken aan dat lek in de badkamer.
Lek? Oh ja joh? Alsof de voorpui eruit ligt en al het regenwater onze badkamer binnen is gekomen! En da's geen gewoon water; nee het is wat dikker van substantie en het stinkt. Gadverdegadver.
Bovendien is het geen pretje om door die bende te wandelen met een kater.
Nu is het water weg, is het nummer dat ik van de klusjesman had, niet meer van de klusjesman en ben ik chagrijnig. Want blijkbaar is het niet mijn dag. Ik brak net mijn vaas. Op zich te overzien, alleen stonden er bloemen in en... je raadt het al... water.
Lek? Oh ja joh? Alsof de voorpui eruit ligt en al het regenwater onze badkamer binnen is gekomen! En da's geen gewoon water; nee het is wat dikker van substantie en het stinkt. Gadverdegadver.
Bovendien is het geen pretje om door die bende te wandelen met een kater.
Nu is het water weg, is het nummer dat ik van de klusjesman had, niet meer van de klusjesman en ben ik chagrijnig. Want blijkbaar is het niet mijn dag. Ik brak net mijn vaas. Op zich te overzien, alleen stonden er bloemen in en... je raadt het al... water.
Abonneren op:
Reacties (Atom)