18.30 uur, Station Arnhem: De stoptrein naar Zutphen is net binnen komen rijden en de ongeduldige forensen stappen en masse in. Op het moment dat de deuren zich willen sluiten, denkt een Turkse man: "Hee, laat ik eens instappen." De deuren sluiten voor zijn neus en met een vreemd soort glimlach kijkt de man me aan, gaat geleund tegen een pilaar staan en werpt steelse blikken op me. "Mafkees", denk ik en richt me op het wissen van sms-jes uit mijn mobiele telefoon.
18.40 uur, Station Arnhem: Mijn trein is binnen komen rijden. Ik sta op van het bankje en loop richting een van de deuren. Ik voel de nabijheid van de man en besluit hem te negeren. Ik loop de coupé in, merk dat hij me niet volgt, zoek een plekje en nét als ik mijn jas heb opgehangen, glipt de man de coupé in, kijkt me aan en gaat schuin achter me zitten. "Creep", denk ik en richt me op mijn inmiddels gedateerde krantje.
19.00 uur, Station Zutphen: De man krijgt telefoon. Luid pratend in het Turks houdt hij zijn telefoongesprek tot vlak voor Deventer vol. Een aantal van mijn medepassagiers zucht geirriteerd. Aan de hoeveelheid woorden te horen is het een monoloog. Pas als er een stilte valt én aanhoudt, wordt duidelijk dat het gesprek is beeindigd. De coupé haalt opgelucht adem, ik begin vooraan in het artikel dat ik aan het lezen was; ergens onderweg ben ik de weg kwijtgeraakt.
19.20 uur, Station Deventer: De trein rolt het station binnen en de man vraagt me: "Zwolle?" "Nee", zeg ik. "Dit is Deventer." Ik zwijg, heb geen zin in een mogelijk gesprek met de man, die zo is gaan zitten dat hij me in de gaten kan houden. Vanuit mijn ooghoeken merk ik het op en besluit hem geergerd te negeren.
19.30 uur, Station Olst: De man zit overdreven hardop te zuchten, steunen, tokkelt met zijn vingers op het hardplastic interieur en doet een poging tot neurien. "Aansteller", denk ik en acteer dat ik slaap.
19.40, Station Wijhe: De man heeft al weer twee keer zijn aanwezigheid benadrukt door te tokkelen, te zuchten en te steunen. Hij is al weer drie keer voorover gaan leunen en weer net iets te hard terugploffend tegen de rugleuning gekwakt. Wanhopig contact zoekend. "Aandachtstrekker", denk ik en hou mijn acteerdebuut nog even vol.
19.45 uur, Station Zwolle: "Hé, Hé", denk ik, sta op, doe mijn jas aan en loop vast in de richting die de trein rijdt richting de uitgang. In een flits hoor ik de man 'Zwolle' vragen en ik negeer hem. Prima als je de weg niet weet en dat wilt vragen, maar dit was echt een desperate vorm van aandachtstrekkerij.
19.47 uur, Zwolle: Ik loop het station in een bizar tempo uit en zet koers naar huis. Onderweg kijk ik zeker vijf keer om. Gadverdegadver.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
2 opmerkingen:
Vond je mijn neurizang niet mooi :(
Hahahaha... Mooi man!
Een reactie posten